ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5565
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling bij voortzetting onderneming
Verzoeker heeft op 27 december 2011 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 13 april 2012 heeft verzoeker verklaard dat zijn intentie is om zijn onderneming met 10 à 11 personeelsleden voort te zetten en met schuldeisers tot een schuldregeling te komen. Hij wilde in eerste instantie alleen een verzoek tot toepassing van een dwangakkoord indienen, maar was genoodzaakt ook het wsnp-verzoek in te dienen omdat beide verzoeken samen moeten worden gedaan.
De rechtbank overweegt dat natuurlijke personen die een zelfstandig beroep of bedrijf uitoefenen een keuze moeten maken tussen surseance van betaling of de schuldsaneringsregeling, waarbij bij voortzetting van het bedrijf de liquidatie van activa niet voorop staat. Gezien de intentie van verzoeker om de onderneming voort te zetten, acht de rechtbank het onvoldoende aannemelijk dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, die mede op vereffening gericht is, naar behoren zal nakomen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld via een advocaat binnen acht dagen na de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat verzoeker aan verplichtingen zal voldoen bij voortzetting van zijn onderneming.