ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5753
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens schending hoorplicht ondanks gegrondheid beroep
Eiser, voormalig medewerker van een internationale organisatie, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, onder c, Vreemdelingenwet 2000, vanwege een gevangenisstraf en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Eiser voerde aan dat hij geprivilegieerde status genoot en immuniteit had, hetgeen de rechtbank verwierp omdat zijn dienstverband was beëindigd en daarmee de status was vervallen.
De rechtbank oordeelde dat de richtlijn 2008/115/EG wel van toepassing was, maar dat een ongewenstverklaring niet gelijkstaat aan een inreisverbod zoals bedoeld in de richtlijn. Eiser stelde dat verweerder hem ten onrechte niet had gehoord, wat de rechtbank bevestigde. De hoorplicht was geschonden omdat het bezwaar niet aanstonds kennelijk ongegrond was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Eiser had inmiddels Nederland verlaten, waardoor hij geen belang meer had bij de beoordeling van het terugkeerbesluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.