ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5765
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening visumaanvraag kort verblijf ondanks bezwaren
Verzoekers, beiden van Sri Lankaanse nationaliteit, dienden een aanvraag in voor een visum kort verblijf om een huwelijk bij te wonen. De minister wees de aanvragen af wegens twijfel aan terugkeerintentie en onvoldoende bewijs van sociale en economische binding met het land van herkomst.
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter constateerde dat de minister het procesdossier niet had overgelegd en onvoldoende stukken aan verzoekers had verstrekt, waardoor een goede beoordeling van het bezwaar niet mogelijk was.
Hoewel de minister een formulier over eerdere visumaanvragen overlegde, vond de voorzieningenrechter dit onvoldoende onderbouwd en niet doorslaggevend. Verzoekers leverden aanvullende informatie over hun familierechtelijke relatie en economische binding met Sri Lanka.
Gezien het ontbreken van een volledig dossier en de belangenafweging, oordeelde de voorzieningenrechter dat het belang van verzoekers zwaarder woog dan dat van de minister. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe en beveelt de minister verzoekers als visumhouders te behandelen tot vier weken na beslissing op bezwaarschriften.