ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5777
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens onvoldoende medische overdracht
Verzoeker, van Armeense nationaliteit, is in beroep gegaan tegen het besluit van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel om zijn aanvraag op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 af te wijzen en hem uit te zetten. Het Bureau Medische Advisering (BMA) had geoordeeld dat uitzetting alleen verantwoord is indien de medische behandeling van verzoeker, die lijdt aan ernstige psychische aandoeningen en suïcidale uitingen, kan worden voortgezet.
De minister stelde dat de fysieke overdracht aan een psychiater in Armenië geregeld was via de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en de State Migration Service (SMS). Verzoekers gemachtigde betwistte dit en voerde aan dat de kliniek in Armenië niet op de hoogte was van een dergelijke overdracht. De voorzieningenrechter stelde vast dat de minister onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat aan de door het BMA gestelde reisvoorwaarden, waaronder de fysieke overdracht aan een psychiater, zou worden voldaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitzetting gepland op 23 februari 2012 niet kon doorgaan zolang niet gegarandeerd was dat de noodzakelijke medische zorg continu wordt voortgezet. Het belang van verzoeker om in Nederland te blijven tot het beroep is behandeld, woog zwaarder dan het belang van de minister bij een spoedige uitzetting. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat de rechtbank in de hoofdzaak heeft beslist vanwege onvoldoende medische overdracht.