ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5857

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
2 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 12/207
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.P.F. Slijpen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van aftrek kwijtschelding rekening-courantvordering door aandeelhouder

Eiser, aandeelhouder van een BV, had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2008 een bedrag van €30.000 als negatief resultaat uit ter beschikking gesteld vermogen opgevoerd, voortkomend uit kwijtschelding van een deel van zijn rekening-courantvordering op de BV. De inspecteur accepteerde deze aftrek niet en corrigeerde het belastbare inkomen.

De rechtbank oordeelt dat de kwijtschelding terecht niet is geaccepteerd omdat een zakelijk handelende crediteur deze kwijtschelding niet zou hebben verricht. De rekening-courantvordering was in het jaar 2008 juist opgelopen en de kwijtschelding vond niet in dat jaar plaats, maar pas in 2009. Daarnaast verklaarde eiser dat de kwijtschelding was gedaan om een advocaat in een letselschadeprocedure te betalen.

De rechtbank stelt verder dat kwijtschelding met terugwerkende kracht niet mogelijk is. Gezien deze omstandigheden verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van aftrek van de kwijtschelding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 12/207
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2012 in de zaak tussen
[X], wonende te [Z], eiser
(gemachtigde: [A]),
en
de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 5 december 2011 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser voor het jaar 2008 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 102.444 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.097 (aanslagnummer [nummer]).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 april 2012.
Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens verweerder is verschenen [B].
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser drijft een onderneming onder de naam [C] BV (hierna: de BV).
2. In zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2008 heeft eiser een bedrag van € 30.000 als negatief resultaat uit ter beschikking gesteld vermogen in aanmerking genomen. Dit bedrag heeft volgens eiser betrekking op kwijtschelding van (een deel van) zijn rekening-courantvordering op de BV.
3. De kwijtschelding blijkt uit een brief van 1 oktober 2009 van eiser aan de BV. In deze brief wordt vermeld dat de vermindering van de vordering van eiser wordt geactualiseerd in de aangifte van 2008.
4. Uit de gedingstukken blijkt dat het verloop van de rekening-courant als volgt is:
Tabel - Verloop van de rekening-courant
5. Verweerder heeft bij het vaststellen van de aanslag de aftrek van € 30.000 niet geaccepteerd en heeft het aangegeven belastbare inkomen uit werk en woning met dat bedrag gecorrigeerd.
6. In geschil is of verweerder terecht het bedrag van € 30.000 niet als negatief resultaat uit ter beschikking gesteld vermogen in aanmerking heeft genomen.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het bedrag van € 30.000 terecht gecorrigeerd reeds omdat een zakelijk handelende crediteur de kwijtschelding niet zou hebben verricht. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de vordering in rekening courant, afgezien van de kwijtschelding, in het onderhavige jaar is opgelopen en dat eiser ter zitting heeft verklaard dat de kwijtschelding heeft plaatsgevonden om de advocaat in een letselschadeprocedure te kunnen betalen. Voorts heeft de kwijtschelding ook niet in het onderhavige jaar maar pas in 2009 plaatsgevonden. Kwijtschelding met terugwerkende kracht is naar het oordeel van de rechtbank niet mogelijk.
8. Het oordeel van de rechtbank brengt mee dat de overige stellingen van verweerder geen bespreking meer behoeven.
9. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.
10. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.F. Slijpen, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.M.M.A. van der Vegt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
2 mei 2012.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.