ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5863
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugkeerbesluit wegens ontbreken wettelijke grondslag voor onthouden vertrektermijn
Eiser, van Chinese nationaliteit, werd op 10 september 2011 een terugkeerbesluit opgelegd waarin hij werd aangesproken Nederland onmiddellijk te verlaten. Hij werd diezelfde dag in vreemdelingenbewaring gesteld. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk, maar de rechtbank oordeelde dat dit onterecht was en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
Bij het nieuwe besluit van 29 maart 2012 beriep verweerder zich op gewijzigde wetgeving die sinds 31 december 2011 van kracht was, waarin de Terugkeerrichtlijn was geïmplementeerd. Verweerder stelde dat er een risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, waardoor geen vertrektermijn hoefde te worden gegeven.
De rechtbank oordeelde dat bij heroverweging in bezwaar moet worden getoetst aan de wetgeving die gold ten tijde van het primaire besluit, omdat het terugkeerbesluit de start van de terugkeerprocedure markeert. De gewijzigde wetgeving was niet van toepassing op het primaire besluit. Omdat de wetgeving ten tijde van het primaire besluit geen grondslag bood om een vertrektermijn te onthouden wegens risico op onderduiken, werd het primaire besluit herroepen en het besluit van 29 maart 2012 vernietigd.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot betaling van de proceskosten aan eiser. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 10 september 2011 wordt herroepen wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor het onthouden van een vertrektermijn.