ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6069
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van Rijkswet op het Nederlanderschap
Verzoekster, geboren in Suriname als kind van Nederlandse ouders, heeft vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit gehad. Bij de inwerkingtreding van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten (TOS) in 1975 verkreeg zij tevens de Surinaamse nationaliteit. Zij stelt tijdig te hebben geopteerd voor het Nederlanderschap binnen de termijn van vijf jaar na haar meerderjarigheid, zoals bedoeld in artikel 6 lid 4 van Pro de TOS.
Eerder heeft verzoekster een identiek verzoek ingediend, dat door de rechtbank op 4 juni 2009 is afgewezen omdat de optiemogelijkheid niet bestond. Haar beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard, waardoor die beslissing onherroepelijk is geworden. In het onderhavige verzoek stelt zij gewijzigde feiten en omstandigheden, onder meer verwijzend naar een andere zaak waarin een persoon met een vergelijkbare achtergrond het Nederlanderschap verkreeg.
De rechtbank oordeelt dat de situatie van die andere persoon wezenlijk verschilt en dat de gestelde gewijzigde feiten niet aannemelijk zijn. De IND en officier van justitie ondersteunen dit standpunt. Daarom blijft de rechtbank bij haar eerdere oordeel en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen wegens ontbreken van gewijzigde feiten of omstandigheden.