ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6567
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorkeursrecht woonhuis door gewijzigde omstandigheden en redelijkheid en billijkheid
In 1996 verkochten partijen een glastuinbouwbedrijf waarbij een voorkeursrecht op het woonhuis werd vastgelegd tegen agrarische waarde. Door bestemmingswijzigingen en verkoop van delen van het bedrijf ontstond een aanzienlijk verschil tussen de agrarische waarde en de vrije economische waarde van het woonhuis.
Eiser wenst het woonhuis te verkopen tegen de vrije economische waarde, terwijl gedaagde zich beroept op het voorkeursrecht tegen agrarische waarde. De rechtbank stelt vast dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst niet konden voorzien dat de bestemming zou wijzigen en dat dit een lacune in de overeenkomst vormt.
Op grond van de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW Pro) en gewijzigde omstandigheden (art. 6:258 BW Pro) wijzigt de rechtbank het voorkeursrecht. Het woonhuis moet worden aangeboden tegen het gemiddelde van de agrarische waarde en de vrije economische waarde. Dit oordeel wordt ondersteund door het antispeculatiebeding in de koopovereenkomst.
De overige vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd. De rechtbank acht het redelijk dat partijen elk hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het woonhuis moet worden aangeboden tegen het gemiddelde van de agrarische waarde en de vrije economische waarde.