ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6770
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten contra-expertise dactyloscopie door COA
Eiser verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om vergoeding van kosten voor een contra-expertise dactyloscopie, omdat hij betwistte dat de vingerafdrukken die in Frankrijk van hem zouden zijn afgenomen correct waren. Het COA wees dit verzoek af op grond dat deze kosten niet noodzakelijk zijn volgens artikel 17, lid 2 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva 2005).
De rechtbank toetste dit besluit terughoudend en overwoog dat het COA beoordelingsvrijheid heeft bij de toepassing van artikel 17 Rva Pro 2005. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat als de rechter de juistheid van onderzoeksresultaten zonder contra-expertise kan toetsen, de kosten daarvan niet als noodzakelijke kosten worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor de vingerafdrukken bij het bestuursorgaan ligt en dat eiser concrete aanknopingspunten moet aanvoeren om de juistheid van het onderzoek te betwisten. Een contra-expertise is daarvoor niet noodzakelijk. Daarom was het standpunt van het COA dat de kosten niet noodzakelijk zijn, redelijk en rechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd aan partijen medegedeeld.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de vergoeding van kosten voor een contra-expertise dactyloscopie wordt ongegrond verklaard.