ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7047
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank wegens arbitrageclausule in samenwerkingsovereenkomst inzake octrooien
Ruma Rubber B.V. vordert een verklaring voor recht dat zij gerechtigd is tot bepaalde octrooiaanvragen en dat Swellfix B.V. deze aan haar moet overdragen. Swellfix beroept zich op een arbitrageclausule in de samenwerkingsovereenkomst (DMSA) tussen Ruma en Shell Technology Ventures, die exclusieve arbitrage voorschrijft voor geschillen uit deze overeenkomst.
De rechtbank onderzoekt of de arbitrageclausule van toepassing is en of het geschil arbitrabel is. Ruma stelt dat het geschil niet onder de DMSA valt en dat het om een niet-arbitrabel octrooirechtelijk geschil gaat, waarvoor de overheidsrechter exclusief bevoegd is.
De rechtbank oordeelt dat de arbitrageclausule ruim is geformuleerd en alle geschillen uit de DMSA omvat, inclusief intellectuele eigendom. Artikel 80 ROW Pro 1995 sluit arbitrage niet uit en het geschil leidt niet tot rechtsgevolgen die niet ter vrije bepaling van partijen staan. Ook internationale regelingen zoals het PCT en het Protocol inzake erkenning van beslissingen verzetten zich niet tegen arbitrage.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van de hoofdzaak en veroordeelt Ruma in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat arbitrage exclusief is voor geschillen uit de samenwerkingsovereenkomst, ook als het gaat om octrooien die aan de overeenkomst gerelateerd zijn.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Ruma wegens geldige arbitrageclausule.