ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7102
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Weiss
- P.A. Koppen
- F.J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Erkenning in Costa Rica van kind door gehuwde man niet strijdig met Nederlandse openbare orde
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 21 mei 2012 geoordeeld over de erkenning van een kind in Costa Rica door een man die gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder van het kind. De Costaricaanse familierechtbank had toestemming verleend voor deze erkenning, en de rechtbank moest beoordelen of deze erkenning in Nederland erkend kon worden.
De rechtbank stelde vast dat de Costaricaanse rechter voldoende rechtsmacht had, gezien de nationaliteit en feitelijke woonplaats van het kind en zijn ouders. Tevens bleek dat de erkenning was verricht na een behoorlijk onderzoek en rechtspleging in Costa Rica. De erkenning was niet kennelijk onverenigbaar met de Nederlandse openbare orde, mede omdat de Nederlandse wetgeving en jurisprudentie mogelijkheden bieden voor ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap en erkenning door een ander.
Verder oordeelde de rechtbank dat er sprake was van een nauwe persoonlijke band ('family life') tussen de erkenner en het kind, wat de erkenning rechtvaardigde. Op grond hiervan werd de erkenning in Nederland erkend, waardoor het kind sinds 1995 de Nederlandse nationaliteit bezit. De latere verkrijging van de Amerikaanse nationaliteit leidde niet tot verlies van het Nederlanderschap.
Uitkomst: De erkenning van het kind door de gehuwde man in Costa Rica wordt in Nederland erkend en het kind bezit sinds 1995 de Nederlandse nationaliteit.