ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7229
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitzetting naar Tanzania en teruggeleiding naar Nederland bevolen
Verzoeker, van Somalische afkomst, werd op 17 augustus 2011 uitgezet naar Tanzania ondanks twijfel over zijn nationaliteit en acceptatie door de Tanzaniaanse autoriteiten. Verzoeker stelde dat hij geen rechtmatig verblijf in Tanzania had en dat hij risico liep op uitzetting naar Somalië, waar hij mogelijk een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro zou ondergaan.
De rechtbank stelde vast dat de uitzetting plaatsvond zonder dat was geverifieerd of verzoeker daadwerkelijk door Tanzania was geaccepteerd als Tanzaniaan. De verklaringen van escortcommandanten waren tegenstrijdig en er was geen verslaglegging van de overdracht. Hierdoor bleef het risico bestaan dat verzoeker alsnog naar Somalië zou worden verwijderd.
De rechtbank oordeelde dat de uitzetting onrechtmatig was en dat verweerder gehouden is de situatie te herstellen alsof er geen verwijdering had plaatsgevonden. Verzoeker moet binnen twee weken worden teruggeleid naar Nederland en in de gelegenheid worden gesteld een nieuwe asielaanvraag in te dienen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De belangenafweging viel uit in het voordeel van verzoeker vanwege het risico op indirect refoulement en de beschikbaarheid van nieuwe documenten die zijn Somalische afkomst bevestigen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitzetting onrechtmatig en gelast teruggeleiding naar Nederland binnen twee weken met mogelijkheid tot nieuwe asielaanvraag.