ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7302
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring wegens te late bekendmaking verlengingsbesluit
Eiser werd op 7 september 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maximale duur van zes maanden bewaring was op 6 maart 2012 verstreken. Verweerder heeft het verlengingsbesluit op 7 maart 2012 uitgereikt, een dag te laat, waardoor het besluit niet tijdig bekend is gemaakt en de voortzetting van de bewaring onrechtmatig is.
De rechtbank oordeelt dat de termijn van zes maanden strikt geldt en dat de uitzonderingen op de termijn niet van toepassing zijn in deze zaak. Hoewel verweerder stelt dat de periode van asielprocedure buiten de termijn valt, volgt de rechtbank de tekst van de wet en de uitleg van het begrip 'onverminderd' dat de maximale termijn onverkort geldt. De voortzetting van de bewaring na 6 maart 2012 is daarom niet gerechtvaardigd.
Het vervolgberoep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard omdat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht en er zicht is op uitzetting, ondanks de medewerking van eiser. De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €1520,- wegens de onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten van eiser toegewezen.
Uitkomst: Bewaring onrechtmatig voortgezet wegens te late bekendmaking verlengingsbesluit; onmiddellijke opheffing en schadevergoeding toegekend.