ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7840
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken schuld bij verkeersongeval met fietser
Op 13 april 2011 vond in Zoetermeer een verkeersongeval plaats waarbij verdachte, als bestuurder van een auto, een fietser raakte die op de Violiervaart reed. De fietser liep ernstig letsel op, waaronder een fractuur van de fibulakop. Verdachte werd primair verweten schuld aan het ongeval te hebben door roekeloos en onvoorzichtig rijgedrag in strijd met artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Tijdens de terechtzitting op 24 mei 2012 stelde de officier van justitie dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig had gehandeld, terwijl verdachte betoogde dat zij voldoende voorzichtigheid in acht had genomen en het ongeval niet had kunnen voorkomen. De rechtbank onderzocht de omstandigheden, waaronder het zicht door de laagstaande zon, het al dan niet stoppen voor de kruising en het al dan niet verlenen van voorrang aan de fietser.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte niet de nodige voorzichtigheid had betracht, mede omdat geen onderzoek was gedaan naar de stand van de zon en de verkeerssituatie ter plaatse. Ook werd geoordeeld dat de verkeersborden en haaientanden niet vereisten dat verdachte volledig moest stoppen. Hoewel verdachte de fietser niet had gezien, was dit volgens de Hoge Raad niet voldoende om aanmerkelijke onvoorzichtigheid aan te nemen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit. De rechtbank vond dat de omstandigheden onvoldoende bewijs boden voor schuld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, ondanks het tragische ongeval en het letsel van de fietser.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van schuld aan het verkeersongeval.