ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8736
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schriftelijke aanwijzing voor gesloten jeugdzorg kan niet worden opgelegd zonder wettelijke procedure
De zaak betreft een verzoek tot vervallen verklaring van een schriftelijke aanwijzing die de ouders en de minderjarige opdroeg mee te werken aan een gesloten opname in een jeugdzorginstelling. De kinderrechter overweegt dat een dergelijke vrijheidsbenemende maatregel niet kan worden opgelegd via een schriftelijke aanwijzing zoals bedoeld in artikel 1:258 BW Pro.
De kinderrechter benadrukt dat voor een gesloten opname de procedure uit de Wet op de Jeugdzorg gevolgd moet worden, met waarborgen zoals instemming van een gedragswetenschapper, rechtsbijstand en rechterlijke toetsing. In deze zaak was een machtiging gesloten jeugdzorg ingetrokken vanwege het ontbreken van instemming van de gedragswetenschapper, wat ook de schriftelijke aanwijzing ondermijnt.
De ouders en de minderjarige willen dat de minderjarige bij de vader gaat wonen, en de moeder stemt hiermee in. De kinderrechter besluit dat de schriftelijke aanwijzing niet in stand kan blijven omdat zij een vrijheidsbenemende maatregel zonder de vereiste wettelijke procedure oplegt. Het verzoek tot vervallen verklaring wordt daarom gegrond verklaard en de beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing tot gesloten opname wordt vervallen verklaard omdat deze niet via de juiste wettelijke procedure is opgelegd.