ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9203
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afwijzing vervanging rolstoelbus in Wmo na medisch advies
Eiseres had sinds 1998 een rolstoelbus in bruikleen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die in 2011 ambtshalve werd beëindigd vanwege het verstrijken van de technische levensduur en het ontbreken van medische noodzaak. Eiseres vroeg vervanging van de rolstoelbus, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat zij gebruik kan maken van collectief aanvullend vervoer (taxibus).
Na bezwaar en heroverweging werd het gebruik van de bruikleenauto met vergoeding nog kort verlengd tot 23 februari 2012, en werd individueel taxivervoer geïndiceerd in plaats van een nieuwe rolstoelbus. Eiseres stelde beroep in tegen beide besluiten, waarvan het beroep tegen de beëindiging niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding.
Het beroep tegen de afwijzing van de vervanging werd inhoudelijk behandeld. De rechtbank stelde vast dat het medisch advies van de GGD Den Haag, waarin werd geconcludeerd dat individueel taxivervoer met begeleiding medisch verantwoord is en voldoende tegemoetkomt aan de vervoersbehoefte van eiseres, niet is weersproken. De wens van het gezin om gezamenlijk te reizen werd niet als een te compenseren vervoersbehoefte aangemerkt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalden. De rechtbank oordeelde dat de huidige indicatie op basis van het medisch advies en de geldende regelgeving terecht is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de bruikleenauto is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de afwijzing van vervanging van de rolstoelbus is ongegrond verklaard.