ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9220
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale partnerschap en navordering eigenwoningregeling bij gehuwden met koude uitsluiting
Eiseres is sinds 9 augustus 2004 gehuwd met [C] onder huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting. Zij wonen niet samen en voeren ieder een eigen huishouden. Eiseres heeft haar woning als eigen woning opgegeven in haar aangifte inkomstenbelasting 2005, zonder melding te maken van de woning van [C]. Verweerder legde aanvankelijk aanslag op conform aangifte, maar stelde later een navorderingsaanslag op waarbij de woning van eiseres werd gerekend tot de rendementsgrondslag van box 3.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiseres en [C] fiscale partners zijn in de zin van artikel 1.2 van de Wet IB 2001, en of de navordering terecht is vanwege een nieuw feit. Eiseres stelt dat zij duurzaam gescheiden leven en daarom geen partners zijn, terwijl verweerder stelt dat gehuwden altijd partners zijn, ongeacht het al dan niet voeren van een gezamenlijk huishouden.
De rechtbank overweegt dat ondanks het niet samenwonen, eiseres en [C] een vorm van samenleven hebben die hun huwelijk gestalte geeft. Er is geen sprake van duurzaam gescheiden leven zoals bedoeld in de wet. Daarom zijn zij fiscale partners en behoort de woning van eiseres tot box 3. Daarnaast is het nieuw feit dat verweerder pas in 2010 kennis kreeg van de woning van [C] en diens eigenwoningregeling, waardoor navordering gerechtvaardigd is.
Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard. Verweerder heeft toegezegd dat eiseres de mogelijkheid krijgt om de inkomensverdeling te herzien en dat de navorderingsaanslag zo nodig ambtshalve wordt verminderd. De rechtbank legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard; eiseres en haar echtgenoot zijn fiscale partners.