ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. Don
- A.M. van Brakel
- C.W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verklaring rechtsvermoeden van overlijden wegens onvoldoende waarschijnlijkheid overlijden
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om de vermiste op te roepen om van zijn in leven zijn te doen blijken en bij het uitblijven daarvan een rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken. De vermiste is sinds een datum in 2008 spoorloos verdwenen nadat hij zijn woning had verlaten zonder persoonlijke bezittingen mee te nemen. Ondanks intensief zoeken, waaronder politieonderzoek in Nederland, Duitsland en Roemenië, en diverse pogingen tot contact, ontbreekt elk teken van leven sinds ruim drie jaar.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de omstandigheden van de vermissing niet zodanig zijn dat de dood van de vermiste waarschijnlijk is. De vermiste heeft nog contact gehad met zijn vader en geld opgenomen van een gezamenlijke rekening, en er zijn aanwijzingen dat hij mogelijk met onbekenden naar Roemenië is meegenomen. Echter, het ontbreken van een levensteken kan ook op andere gronden worden verklaard dan overlijden.
Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen die het overlijden waarschijnlijk maken, en het feit dat de termijn van vijf jaar sinds de laatste tijding van leven nog niet is verstreken, concludeert de rechtbank dat het verzoek moet worden afgewezen. De rechtbank erkent de onzekerheid en het verdriet van verzoekster en haar kinderen, maar acht het juridisch niet verantwoord om het rechtsvermoeden van overlijden nu uit te spreken.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring rechtsvermoeden van overlijden wordt afgewezen omdat de dood van de vermiste niet waarschijnlijk is.