ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9787
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- J.A. van Steen
- M.J. Alt- van Endt
- Rechtspraak.nl
Geen internationale kinderontvoering bij verblijf minderjarige in buitenland na gezagswijziging
De zaak betreft een procedure op grond van artikel 6 van Pro de Uitvoeringswet Internationale Kinderontvoering, waarbij de man bezwaar maakte tegen het niet in behandeling nemen van zijn verzoek tot teruggeleiding van zijn minderjarige kind uit het buitenland. De kernvraag was of de moeder de minderjarige vanaf het moment dat de man mede het gezag kreeg (25 augustus 2011) ongeoorloofd buiten Nederland hield, wat kinderontvoering zou betekenen.
De rechtbank stelde vast dat de minderjarige al sinds ten minste 17 juni 2011 in het buitenland verbleef en daar school liep, waardoor het verblijf een bestendig karakter had gekregen. Dit leidde tot de conclusie dat de gewone verblijfplaats van het kind vóór 25 augustus 2011 was gewijzigd naar het buitenland. De door de man aangevoerde feiten, zoals het niet uitschrijven van de minderjarige bij de Nederlandse school en administratieve afwikkelingen, waren onvoldoende om dit oordeel te weerleggen.
Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige niet langer in Nederland was, was het de moeder toegestaan het kind in het buitenland te houden. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de man ongegrond en wees zijn verzoek tot proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het bezwaar van de man tegen het besluit van de Centrale Autoriteit wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van internationale kinderontvoering.