ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9899
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende transparantie in aanbestedingsprocedure leidt tot staken en heraanbesteding
In november 2011 startte de Provincie een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure voor het ontwerpen en aanleggen van fietspaden, verdeeld in twee percelen. De procedure omvatte een selectiefase, inschrijvingsfase en gunningsfase, waarbij het gunningscriterium de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI) was. Bij gelijke EMVI-score tussen inschrijvers werd in de Inschrijvingsleidraad bepaald dat loting zou plaatsvinden om de winnaar te bepalen.
Wallaard cs schreef in op beide percelen. KWS Infra B.V. behaalde op beide percelen de hoogste EMVI-score, waarna de Provincie overging tot loting, waarbij KWS perceel 1 kreeg toegewezen en perceel 2 aan Heijmans werd gegund. Wallaard cs stelde echter dat de Nota van Inlichtingen, met name het antwoord op vraag 39, de loting had gewijzigd en dat de Provincie moest beoordelen wat voor haar het meest gunstig was, waarbij perceel 1 aan Wallaard cs zou moeten worden gegund.
De rechtbank oordeelde dat het antwoord op vraag 39 onduidelijk was en niet ondubbelzinnig aangaf dat de loting gehandhaafd zou blijven. Dit leidde tot schending van het transparantiebeginsel, dat vereist dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure duidelijk en ondubbelzinnig zijn geformuleerd. De onduidelijkheid creëerde een risico op willekeur en favoritisme, waardoor de aanbestedingsprocedure niet op de huidige wijze kan worden voortgezet.
De primaire vordering van Wallaard cs werd afgewezen wegens onvoldoende zekerheid over de interpretatie van het antwoord, maar de subsidiaire vordering tot staking van de procedure en heraanbesteding werd toegewezen. De Provincie werd veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro.
Uitkomst: De aanbestedingsprocedure wordt gestaakt en heraanbesteed wegens schending van het transparantiebeginsel door onduidelijkheid over loting.