ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9962
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verblijf als ongewenst vreemdeling ondanks kennis van ongewenstverklaring
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 20 juni 2012 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd vervolgd wegens het overtreden van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht door als ongewenst vreemdeling in Nederland te verblijven. Verdachte was op 6 juli 2011 in Den Haag aangehouden en was sinds 29 juli 2003 tot ongewenst vreemdeling verklaard.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was omdat de terugkeerprocedure niet volledig was doorlopen en stelde overmacht in verband met het niet kunnen aantonen van identiteit en het ontbreken van een laissez-passer. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de terugkeerprocedure voldoende was doorlopen en dat verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij alles had gedaan om het land te verlaten.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte wist dat hij ongewenst was verklaard en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest. De straf werd lager vastgesteld dan de gevorderde zes maanden vanwege eerdere veroordeling voor poging diefstal. De rechtbank benadrukte dat verdachte willens en wetens het overheidsbeleid had gefrustreerd door in Nederland te verblijven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenst vreemdeling ondanks kennis van de ongewenstverklaring.