ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0114
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid kennisgeving en rechtmatigheid maatregel vreemdelingenbewaring
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring die op 16 mei 2012 bekend werd gemaakt en op 19 mei 2012 inging. Eiser stelde dat de kennisgeving van deze maatregel niet tijdig was verzonden, wat volgens hem in strijd was met artikel 94, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelde dat een strikt letterlijke lezing van dit artikel niet passend is, omdat de termijn van 28 dagen voor kennisgeving redelijkerwijs moet worden gerekend vanaf de ingangsdatum van de maatregel, die doorgaans samenvalt met de bekendmaking. Hierdoor was de kennisgeving tijdig.
Daarnaast bestreed eiser de gronden voor de bewaring, waaronder het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan, en het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat van een vreemdeling in strafdetentie mag worden verwacht dat hij voorbereidingen treft om zelfstandig te vertrekken. Ondanks het langdurige rechtmatig verblijf van eiser in Nederland, rustte op hem de plicht het land te verlaten. Het feit dat eiser zich moest melden bij de Reclassering en in aanmerking kwam voor behandeling, maakte niet dat hij over voldoende middelen of een vaste verblijfplaats beschikte.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat eiser niet wilde terugkeren naar Guinee, achtte de rechtbank de maatregel van bewaring gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft in stand.