ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1190
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
Eiser werd op 22 december 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. Verweerder besloot op 22 juni 2012 de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen. Eiser stelde beroep in tegen zowel het verlengingsbesluit als het voortduren van de bewaring. De rechtbank oordeelde dat de bewaring op grond van het beleid (A6/5.3.5 Vc 2000) na 180 dagen, dus op 20 juni 2012, had moeten eindigen. Het verlengingsbesluit van 22 juni 2012 was daarmee niet tijdig en onrechtmatig.
De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld bij het onderzoeken van eisers identiteit, ondanks dat eiser onvoldoende meewerkte. De belangenafweging leidde ertoe dat het beroep tegen het voortduren van de bewaring ongegrond werd verklaard. De bewaring moest echter met ingang van 11 juli 2012 worden opgeheven.
Verder kende de rechtbank aan eiser een schadevergoeding van €1.680 toe voor de periode dat de bewaring onrechtmatig was, bestaande uit een bedrag voor dagen in een politiecel en dagen in een huis van bewaring. Verweerder werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten van €437. Tegen het verlengingsbesluit is hoger beroep mogelijk, tegen het vervolgberoep niet.
Uitkomst: Het verlengingsbesluit werd gegrond verklaard en de bewaring onrechtmatig vanaf 20 juni 2012, met toekenning van een schadevergoeding van €1.680 en opheffing van de bewaring per 11 juli 2012.