ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1704
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke nareiszaak pleegkinderen en gezinsband met hoofdpersoon
Eisers, pleegkinderen van een hoofdpersoon met een verblijfsvergunning asiel, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis. Verweerder weigerde deze omdat eisers na vertrek uit Somalië tijdelijk bij een buurvrouw verbleven, wat volgens beleid betekende dat zij niet langer tot het gezin van de hoofdpersoon behoorden.
De rechtbank oordeelde dat het tijdelijke verblijf bij de buurvrouw niet zonder meer betekent dat de gezinsband is verbroken. Het beleid dat ieder verblijf bij een derde als opname in een ander gezin beschouwt, is te strikt en staat op gespannen voet met de Vreemdelingenwet 2000. Ook het standpunt dat eisers zelfstandig gingen wonen werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het bezwaar ongegrond zou zijn en dat de hoorplicht was geschonden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de mvv wordt vernietigd.