ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1745
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Paris
- M.E. Groeneveld-Stubbe
- C.W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit ondanks bezit Nederlands paspoort
Verzoeksters, een moeder en haar minderjarige dochter, vroegen de rechtbank om vast te stellen dat zij sinds 15 februari 2002 de Nederlandse nationaliteit bezitten, mede op grond van het bezit van Nederlandse paspoorten die in 2002 en 2007 door de Nederlandse ambassade in Paramaribo zijn afgegeven.
De rechtbank stelde vast dat de moeder bij haar geboorte weliswaar de Nederlandse nationaliteit had, maar deze verloor door het verkrijgen van de Surinaamse nationaliteit in 1975. De dochter volgde de nationaliteit van haar vader en verloor daarmee eveneens de Nederlandse nationaliteit. De optieverklaring die in 1987 namens de dochter door de moeder zou zijn afgelegd, bleek vals of vervalst, wat werd bevestigd door navraag bij de gemeente Arnhem en de Nederlandse ambassade.
Daarnaast kon de optie op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (oud) niet rechtsgeldig zijn, omdat de moeder destijds niet de Nederlandse nationaliteit bezat en de dochter minderjarig was en niet voldeed aan de woonplaatsvereisten. De rechtbank concludeerde daarom dat het bezit van een Nederlands paspoort niet leidde tot verkrijging van de Nederlandse nationaliteit en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om vast te stellen dat verzoeksters sinds 2002 de Nederlandse nationaliteit bezitten wordt afgewezen.