ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1746
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Paris
- M.E. Groeneveld-Stubbe
- C.W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wegens gebruik van valse personalia
Verzoeker heeft bij de rechtbank verzocht vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit, stellende dat hem bij Koninklijk Besluit van 2 augustus 1997 het Nederlanderschap is verleend. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) betwist dit en stelt dat verzoeker niet de persoon is aan wie het Nederlanderschap is verleend, omdat hij valse personalia heeft gebruikt.
De rechtbank heeft onderzocht of verzoeker inderdaad de persoon is aan wie het Nederlanderschap is verleend. Uit onderzoek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Britse autoriteiten blijkt dat er geen geboorteaangifte is van de vermeende geboortedatum en -plaats van verzoeker. Tevens is het overgelegde geboorteaktecertificaat door het Britse General Register Office als onjuist beoordeeld, onder meer omdat het certificaat pas in 1989 werd afgegeven en de ondertekenaar op de vermelde datum nog kind was.
Verzoeker heeft geen afdoende verklaring gegeven voor het ontbreken van een geboorte-inschrijving en heeft nagelaten een afschrift van zijn geboorteakte op te vragen. Gezien deze feiten concludeert de rechtbank dat verzoeker niet de persoon is aan wie het Nederlanderschap is verleend en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die anders zouden doen besluiten.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en stelt vast dat verzoeker het Nederlanderschap niet bezit.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen omdat verzoeker niet de persoon is aan wie het Nederlanderschap is verleend.