ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1747
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanvraag Nederlandse nationaliteit na postnatale erkenning en verzoek tot DNA-onderzoek
Verzoekster, geboren in 1990 in Suriname met de Surinaamse nationaliteit, is in 2004 postnataal erkend door een Nederlander. Zij verzoekt de rechtbank vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van deze erkenning en gerechtelijk bewijs van verwekkerschap.
De Rijkswet op het Nederlanderschap maakt onderscheid tussen kinderen die bij geboorte in familierechtelijke relatie tot de vader staan en postnataal erkende kinderen, wat volgens verzoekster discriminatoir zou zijn. De rechtbank oordeelt dat dit onderscheid niet discriminerend is en geen strijd oplevert met internationale verdragen.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin is bepaald dat postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van verwekkerschap gelijkgesteld kan worden aan gerechtelijke vaststelling van vaderschap. Hoewel de erkenning tijdens minderjarigheid heeft plaatsgevonden, ontbreekt het gerechtelijk bewijs nog.
Verzoekster is bereid DNA-onderzoek te ondergaan om het vaderschap aan te tonen. De rechtbank houdt de beslissing pro forma aan tot 1 augustus 2012 om dit onderzoek te laten plaatsvinden. Indien geen DNA-bewijs wordt overgelegd, zal het verzoek worden afgewezen.
Uitkomst: De beslissing op het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt aangehouden tot 1 augustus 2012 voor DNA-onderzoek ter vaststelling van het vaderschap.