ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2026
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overheidsaansprakelijkheid wegens onzorgvuldig beheer van in beslag genomen zeecontainers
Op 9 maart 2006 trof de politie in vier zeecontainers van eiser een hennepkwekerij aan. De containers waren verhuurd aan een derde en werden in beslag genomen en onder beheer geplaatst bij Kusters Facilities. Het hof bepaalde in 2007 dat de containers aan eiser moesten worden teruggegeven. Bij inspectie constateerde eiser dat zaken die aan de containers verbonden waren, zoals takels en armaturen, waren verwijderd en dat de containers beschadigd waren.
Eiser vorderde schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatig handelen, stellende dat de Staat onvoldoende zorg had betracht bij het beheer van de containers en dat hierdoor schade was ontstaan. De Staat voerde verweer en betwistte de schade en aansprakelijkheid.
De rechtbank stelde vast dat Kusters meer zaken had verwijderd dan toegestaan, maar dat dit handelen voortvloeide uit een onjuiste mededeling van de hoofdagent, waardoor de Staat onrechtmatig handelde. Echter, eiser slaagde er niet in zijn schade concreet te onderbouwen, noch met betrekking tot de waarde van de verwijderde zaken, noch met betrekking tot de vermeende beschadigingen aan de containers. Ook was geen sprake van onrechtmatig handelen door de Staat ten aanzien van het niet ter beschikking stellen van de containers.
De rechtbank wees daarom de vordering tot schadevergoeding af en veroordeelde eiser in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. I. Brand en uitgesproken op 27 juni 2012.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade door eiser.