ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2050
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten en onvoldoende onderbouwing
Verzoekster, van Keniaanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerste in 2001 werd afgewezen. Zij voerde discriminatie, politieke vervolging en seksueel geweld aan als gronden voor asiel. Na eerdere afwijzingen en een niet-ontvankelijk verklaard beroep wegens vertrek met onbekende bestemming, diende zij in 2012 een derde aanvraag in.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die afdoen aan eerdere besluiten. De overgelegde documenten en verklaringen betreffen grotendeels de situatie in Kenia rond de verkiezingen van 2007, welke reeds bij eerdere aanvragen aan de orde waren. Tevens is de echtheid van belangrijke documenten, zoals een identiteitskaart, niet aannemelijk gemaakt.
Daarnaast acht de rechtbank de verklaringen over de dood van haar broers niet geloofwaardig en onvoldoende onderbouwd. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij of haar zoon bij terugkeer in Kenia een reëel risico lopen op vluchtelingrechtelijke vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.