ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2063
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging burgemeester tot binnentreden woning zonder toestemming
Verweerder, de burgemeester van Den Haag, heeft op 4 december 2008 een machtiging verleend om zonder toestemming de woning aan een adres in Den Haag binnen te treden wegens vermoedens van ernstige achterstallige onderhoudssituaties en brandgevaar. De bewoonster maakte bezwaar tegen deze machtiging, dat werd afgewezen. Vervolgens is beroep ingesteld door de erven van de bewoonster.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk behandeld en overwogen dat het binnentreden een inmenging in het huisrecht betekent, beschermd door artikel 12 Grondwet Pro en artikel 8 EVRM Pro. De burgemeester was op grond van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) bevoegd tot het verlenen van de machtiging, en de afgifte was gerechtvaardigd gezien de ernstige vermoedens van overtreding van de Woningwet en de Bouwverordening.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eisers dat het besluit onrechtmatig was wegens schending van proportionaliteit, subsidiariteit en zorgvuldigheidsbeginsel. De bewoonster had geen medewerking verleend aan inspecties, en het gekozen middel was passend en noodzakelijk. Ook het bezwaar dat de burgemeester niet bevoegd zou zijn voor het besluit op bezwaar werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de machtiging tot binnentreden wordt ongegrond verklaard en de machtiging wordt bevestigd.