ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Beperking invorderingsmaatregelen Ontvanger kansspelbelasting na verstekvonnis
De zaak betreft een geschil tussen de Ontvanger en een besloten vennootschap ([de BV]) over de verschuldigdheid van kansspelbelasting op kansspelautomaten die eigendom zijn van [de BV]. De Ontvanger had naheffingsaanslagen opgelegd en dwangbevelen uitgevaardigd wegens achterstallige betaling. [de BV] was in verzet gekomen tegen een dwangbevel en verkreeg een verstekvonnis dat de Ontvanger verbood invorderingsmaatregelen te treffen zolang de materiële verschuldigdheid niet onherroepelijk vaststaat.
De Ontvanger vordert nu in kort geding dat dit verbod beperkt wordt tot de aanslag genoemd in de verzetdagvaarding van 27 september 2010, omdat het verstekvonnis volgens hem onjuist en onvolledig is geïnterpreteerd door [de BV]. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verbod in het verstekvonnis inderdaad beperkt moet worden uitgelegd tot de specifieke naheffingsaanslag genoemd in die dagvaarding.
De rechtbank oordeelt dat [de BV] zich niet kan beroepen op het verstekvonnis om zich te verzetten tegen invorderingsmaatregelen van de Ontvanger die betrekking hebben op andere aanslagen dan die in de verzetdagvaarding. De vordering van de Ontvanger wordt toegewezen en [de BV] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verbod op invorderingsmaatregelen wordt beperkt tot de aanslag genoemd in de verzetdagvaarding van 27 september 2010.