ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2615
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Noord-Irak
Eiser zit sinds 4 mei 2011 in vreemdelingenbewaring. Eerder zijn eerdere beroepen tegen de bewaring ongegrond verklaard. Eiser stelde dat de bewaring niet langer gerechtvaardigd is, mede omdat er geen zicht is op uitzetting naar Irak vanwege het ontbreken van medewerking van Iraakse autoriteiten.
Verweerder stelde dat er zicht is op uitzetting naar Noord-Irak (KRG-gebied) op basis van afspraken uit 2009 met de KRG autoriteiten, waarbij terugkeer mogelijk is voor vreemdelingen met criminele antecedenten. De Iraakse autoriteiten bevestigden de nationaliteit van eiser en een verzoek tot terugname is ingediend bij de KRG autoriteiten.
De rechtbank overweegt dat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 april 2012 niet van toepassing is op het traject naar Noord-Irak. Er is recent een akkoord verkregen van de KRG autoriteiten voor terugkeer van een vreemdeling met criminele antecedenten. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd is, mede omdat uitzetting binnen korte termijn mogelijk is.
Verweerder heeft voldoende voortvarend gehandeld in het traject. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af vanwege zicht op uitzetting naar Noord-Irak binnen afzienbare termijn.