ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2862
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslag erfbelasting gebaseerd op WOZ-waarde woning
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde aanslag erfbelasting over 2010, omdat deze was gebaseerd op de WOZ-waarde van 1 januari 2009, terwijl eiser een lagere waarde op overlijdensdatum aanvoerde. Verweerder handhaafde de aanslag op basis van de wettelijke bepaling dat de WOZ-waarde van het jaar van verkrijging leidend is.
De rechtbank bevestigde dat artikel 21, vijfde lid, van de Successiewet 1956 geen ruimte biedt om af te wijken van de WOZ-waarde zoals vastgesteld voor het kalenderjaar van verkrijging. De stelling van eiser dat de regeling onrechtvaardig zou zijn, werd niet gehonoreerd omdat de rechter niet de billijkheid van de wet mag toetsen.
Wel oordeelde de rechtbank dat verweerder het bezwaar van eiser ten onrechte ongegrond had verklaard, terwijl het bezwaar niet ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat de aanslag op nihil was vastgesteld en eiser geen belang had bij een lagere waarde. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
De rechtbank bepaalde dat het bezwaar niet ontvankelijk is en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter T. van Rij op 6 juni 2012.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de aanslag erfbelasting blijft gebaseerd op de WOZ-waarde.