ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2868
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderopvangtoeslag na vaststelling niet in Nederland belastbaar inkomen partner
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de herziening van de kinderopvangtoeslag over het jaar 2006 centraal. De Belastingdienst had in 2007 een toeslag toegekend waarbij het toetsingsinkomen van de partner op nul was gesteld. Later, in 2009, werd het niet in Nederland belastbaar inkomen van de partner vastgesteld op een aanzienlijk hoger bedrag. In 2011 herzag de Belastingdienst de toeslag en vorderde een bedrag terug.
Eiser betoogde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden bestonden die een herziening rechtvaardigen en dat de Belastingdienst op de hoogte was van het juiste inkomen. Ook stelde hij dat hij ten onrechte niet was gehoord en dat termijnen niet waren nageleefd. De rechtbank overweegt dat herziening op grond van artikel 20 Awir Pro niet mogelijk is omdat die alleen ziet op wijziging en niet op eerste vaststelling van het niet in Nederland belastbaar inkomen.
De rechtbank stelt vast dat herziening op grond van artikel 21 Awir Pro wel mogelijk is, omdat eiser of zijn partner moest weten dat de toeslag te hoog was vastgesteld. Het feit dat in de beschikking het toetsingsinkomen van de partner op nul stond terwijl later een hoger inkomen werd vastgesteld, ondersteunt dit oordeel. Hoewel het bezwaar van eiser ten onrechte ongegrond werd verklaard en hij niet is gehoord, leidt dit niet tot vernietiging van de herziening. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Uitkomst: De herziening van de kinderopvangtoeslag over 2006 op grond van artikel 21 Awir is toegestaan en het beroep wordt gegrond verklaard met vernietiging van de uitspraak op bezwaar, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.