ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2956
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over ontruiming woning op basis van proces-verbaal comparitie
De grootmoeder van eiser sub 1 woonde in een woning die zij huurde van de Stichting. Na haar overlijden in februari 2011 zijn eisers in de woning blijven wonen zonder recht of titel, waarna de Stichting een procedure startte. Tijdens een comparitie op 27 februari 2012 bereikten partijen een minnelijke regeling, vastgelegd in een proces-verbaal, waarin eisers zich verbonden de woning uiterlijk 1 juli 2012 te verlaten, tenzij zij de woning zouden kopen.
De Stichting gaf dit proces-verbaal in executoriale vorm uit en sommeerde eisers de woning te ontruimen. Eisers vorderden in kort geding een verbod op ontruiming, stellende dat het proces-verbaal geen geldige titel is, de termijn voor ontruiming te kort was, er nog onderhandelingen liepen over aankoop en de psychische gesteldheid van eiser sub 1 een ontruiming onverantwoord maakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het proces-verbaal een executoriale titel is conform artikel 87 en Pro 430 Rv en dat het arrest Ritzen/Hoekstra (NJ 1984, 145) ook op deze situatie van toepassing is. Eisers hadden voldoende tijd gehad zich voor te bereiden op de ontruiming en er was geen sprake van een misslag of noodtoestand die de executie zou verbieden. Het beroep op psychische gesteldheid werd eveneens verworpen. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot verbod op ontruiming wordt afgewezen; ontruiming op 19 juli 2012 toegestaan.