ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3440
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gebruik valse identiteit bij verblijfsvergunning en Nederlanderschap
Eiseres ontving in de periode van 1997 tot 2009 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en later de Wet werk en bijstand (Wwb). Verweerder trok het recht op bijstand in en vorderde een bedrag van ruim €148.000 terug omdat eiseres gebruik had gemaakt van een valse identiteit bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning en het Nederlanderschap.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet haar werkelijke identiteit heeft opgegeven, waardoor zij haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Zij behoorde ten tijde van de bijstand niet tot de kring van rechthebbenden omdat zij geen rechtmatig verblijf had. Het standpunt van eiseres dat verweerder geen oordeel mag vellen zolang de Immigratie- en Naturalisatiedienst zich niet heeft uitgesproken, wordt verworpen omdat verweerder een zelfstandige onderzoeksbevoegdheid heeft.
Verweerder handelde binnen zijn bevoegdheid op grond van de Wwb om het recht op bijstand te herzien en terug te vorderen. De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder niet onredelijk is en ziet geen reden om terugvordering geheel of gedeeltelijk te matigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.