ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3470
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvangaanvraag vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf onder Wmo niet in strijd met EVRM artikel 8
Eisers, een gezin uit Oezbekistan zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzochten om opvang en financiële ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na afwijzing van hun aanvraag en het ongegrond verklaren van hun bezwaar, stelden zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eisers momenteel onderdak hebben en financieel worden ondersteund, waardoor geen sprake is van een schending van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank benadrukte dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een ruime beoordelingsvrijheid toekent aan de staat bij het afwegen van publieke en particuliere belangen, waarbij de illegale verblijfsstatus van eisers een rol speelt.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af omdat de positieve verplichting tot opvang primair rust bij het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor voorliggende voorzieningen, zoals het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Eisers hadden eerst een beroep op het COA moeten doen. Het beroep op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep ter onderbouwing van een nuancering van het koppelingsbeginsel werd door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van maatschappelijke opvang een fair balance weerspiegelt tussen publieke belangen en de belangen van eisers, en dat vooruitlopend op eventuele dakloosheid geen verplichting tot opvang bestaat. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van het gezin zonder rechtmatig verblijf tegen de afwijzing van opvang onder de Wmo wordt ongegrond verklaard.