ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod minderjarige wegens onvoldoende motivering en disproportionaliteit
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een minderjarige Oekraïense vreemdeling tegen een door de minister opgelegd inreisverbod van tien jaar. Het inreisverbod volgde op een eerdere ongewenstverklaring die was opgeheven. De vreemdeling was veroordeeld tot jeugddetentie wegens drie straatroven gepleegd op één dag.
De rechtbank oordeelde dat het opleggen van een inreisverbod aan een minderjarige een zorgvuldige motivering vereist, zeker omdat het bestuursrechtelijke kader uitgaat van een maximale duur van vijf jaar tenzij sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde. Verweerder had nagelaten te motiveren waarom de eiser een ernstige bedreiging vormt en waarom de maximale duur van tien jaar werd gekozen, zonder rekening te houden met de voorwaardelijke straf en het feit dat het om jeugdzonden gaat.
Verder werd geoordeeld dat verweerder voldoende gelegenheid had geboden om bijzondere individuele omstandigheden aan te voeren, en dat het beroep ongegrond was voor zover het zag op de opheffing van de ongewenstverklaring. Het beroep tegen het inreisverbod werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het tienjarige inreisverbod voor de minderjarige wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en disproportionaliteit.