ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3673

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
30 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
421755 FA RK 12-4592
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zakenArt. 282a lid 2 RvArt. 282a lid 4 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling griffierecht bij verzoek vervangende toestemming erkenning

De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot vervangende toestemming erkenning en vaststelling van een omgangsregeling, ingediend op 11 juni 2012. Verzoeker, vertegenwoordigd door een bijzonder curator, had het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken voldaan. De griffier stelde verzoeker bij brief van 13 juli 2012 in de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over het verzuim en een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 282a, vierde lid, Rv.

Verzoeker voerde aan dat de nota voor betaling pas op 10 juli 2012 was ontvangen, waardoor tijdige betaling niet mogelijk was, en dat geen aanmaning was verzonden. De rechtbank stelde echter vast dat de nota gedateerd was op 22 juni 2012 en dat verzoeker deze tijdig had kunnen ontvangen en betalen. Het ontbreken van een aanmaning deed hieraan niet af, aangezien betaling na aanmaning niet als tijdig wordt beschouwd.

De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet had onderbouwd dat niet-ontvankelijkverklaring zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard die de toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen. Daarom werd het beroep op de hardheidsclausule afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector familie- en jeugdrecht
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 12-4592
Zaaknummer: 421755
Datum beschikking: 30 juli 2012
Vervangende toestemming erkenning
Beschikking op het op 11 juni 2012 ingekomen verzoek van:
[de man],
wonende te [woonplaats man],
advocaat: eerst mr. T.N. van Lith te Amsterdam, thans mr. C.C.W. Plaat te Utrecht,
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats vrouw] (Zwitserland),
de minderjarige [de minderjarige], vertegenwoordigd door bijzonder curator mr. I.J. Pieters te Leiden.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoek, strekkende tot vervangende toestemming erkenning en vaststelling van een omgangsregeling.
De griffie heeft de ontvangst van het verzoekschrift bij schrijven van 21 juni 2012 bevestigd.
Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken is verzoeker griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift en dient hij ervoor te zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien, in dit geval dus uiterlijk op 9 juli 2012, is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort. Verzoeker heeft het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan.
Bij brief van 13 juli 2012 heeft de griffier verzoeker in de gelegenheid gesteld zich binnen twee weken na dagtekening van deze brief schriftelijk en gemotiveerd uit te laten met betrekking tot het geconstateerde verzuim en/of alsnog een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 282a, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Bij brief van 16 juli 2012 heeft mr. Van Lith namens verzoeker een beroep gedaan op genoemde hardheidsclausule. Hij voert daartoe aan dat hij de nota voor de betaling van het griffierecht, gedateerd 26 juni 2012, eerst op 10 juli 2012 heeft ontvangen, zodat tijdige betaling niet mogelijk was, nu bij betaling immers het factuurnummer vermeld dient te worden.
Verder wijst hij erop dat geen aanmaning is verzonden, hoewel dat in alle gevallen na het uitblijven van de eerste betaling wordt gedaan. In verband met deze omstandigheden leidt niet-ontvankelijkverklaring volgens hem, gelet op het belang van verzoeker tot de rechter, tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Beoordeling
Nu verzoeker het verschuldigde griffierecht niet tijdig heeft voldaan, dient de rechter verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 282a, tweede lid, Rv niet-ontvankelijk te verklaren in het verzoek, tenzij toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (artikel 282a, vierde lid, Rv, de hardheidsclausule).
De rechtbank wijst het beroep op genoemde hardheidsclausule af.
Uit onderzoek in de financiële administratie van de rechtbank is gebleken dat de nota voor betaling van het griffierecht in deze zaak is gedateerd en verzonden op 22 juni 2012. Hetgeen de advocaat daarover stelt kan dus niet juist zijn. Stukken waaruit kan blijken dat zijn stellingen juist zijn, zijn niet overgelegd. De rechtbank gaat er dus van uit dat verzoeker de nota voor het verstrijken van de betalingstermijn heeft ontvangen en tijdig heeft kunnen betalen.
Het is aan verzoeker om binnen de vierwekentermijn te betalen. Aanmaningen worden door de rechtbank pas verstuurd indien tijdige betaling achterwege is gebleven. Betaling na een aanmaning is dan ook niet aan te merken als een tijdige betaling, zodat het - eventuele - achterwege blijven van een aanmaning in deze zaak niet ten nadele van verzoeker heeft gestrekt.
Ten slotte geldt dat verzoeker niet heeft onderbouwd waarom hij door niet-ontvankelijkverklaring wordt belemmerd in zijn toegang tot de rechter en evenmin waarom niet-ontvankelijkverklaring zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Verzoeker zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven te 's-Gravenhage door mr. I.D. Bellaart, bijgestaan door K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2012.