ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3699
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeelde diefstallen en witwassen
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de vordering ex artikel 36e Sr tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde, die was veroordeeld voor meervoudige diefstallen met inklimming en braak.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk €64.891,82, later gewijzigd naar €51.104,06, maar de rechtbank wees vorderingen af die betrekking hadden op feiten waarvoor de veroordeelde was vrijgesproken of die niet aan hem waren ten laste gelegd. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €12.097,93.
De berekening van het voordeel omvatte onder meer helersprijzen van gestolen sieraden, waarbij een helersprijs van 25% van het verzekerde bedrag werd gehanteerd, en een gelijke verdeling tussen veroordeelden werd toegepast. Ook werd witwassen betrokken, waarbij de veroordeelde sieraden bij goudhandelaren had ingeleverd zonder aannemelijke verklaring over de herkomst.
De rechtbank legde de betalingsverplichting van €12.097,93 aan de veroordeelde op en wees diverse verminderingen af die de verdediging had voorgesteld. Het vonnis werd gewezen door drie rechters op 3 augustus 2012.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €12.097,93 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.