ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4212
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak met meerdere medeverdachten, diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer. Dit verzoek betrof de beslissing om het horen van een medeverdachte als getuige aan te houden totdat zij in haar eigen zaak als verdachte was verschenen en al dan niet een beroep had gedaan op haar zwijgrecht.
De wrakingskamer overwoog dat deze beslissing een processuele beslissing is en dat dergelijke beslissingen normaal gesproken geen grond vormen voor wraking. Alleen bij onbegrijpelijke beslissingen die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid geven, kan wraking worden toegewezen. Dit was hier niet het geval.
Verzoeker stelde dat zijn verdedigingsbelang werd geschaad doordat hij de medeverdachte niet eerder als getuige kon horen en dat een lid van de strafkamer al een eindoordeel had gegeven over haar verklaringen. De wrakingskamer vond echter dat de medeverdachte later alsnog als getuige gehoord kon worden en dat de uitlating geen vooringenomenheid impliceerde.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en dat het verzoek tot wraking daarom moest worden afgewezen. Het proces in de hoofdzaak werd voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer is afgewezen en het strafproces wordt voortgezet.