ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4316
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
Verzoeker, huurder van een woning in [plaats], heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning voor zes maanden te sluiten wegens drugshandel en overlast. De politie hield op 26 januari 2012 een drugsactie waarbij acht personen werden aangehouden en gebruikersartikelen werden gevonden. Hoewel geen drugs direct in de woning werden aangetroffen, was er voldoende bewijs dat in of vanuit het pand drugs werden verkocht of aanwezig waren.
De burgemeester baseerde het besluit op artikel 13b van de Opiumwet en artikel 174a van de Gemeentewet. Verzoeker stelde dat hij niet betrokken was bij drugshandel en dat de maatregel disproportioneel was, mede vanwege zijn persoonlijke omstandigheden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet vereist is dat verzoeker zelf betrokken is bij drugshandel, maar dat als huurder hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor de gang van zaken.
De rechter stelde vast dat de sluiting van zes maanden volgens vaste jurisprudentie passend is om de overlast te beëindigen en de bekendheid van het pand als drugsadres te doorbreken. Ook vond de rechter dat de maatregel niet onevenredig inbreuk maakte op het recht op privéleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.