ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4862
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering asielzoeker aan buitengrens Schengengebied onrechtmatig verklaard
Eiser, een asielzoeker van Egyptische nationaliteit, werd op 5 juli 2012 de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 3 en Pro 6 van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde administratief beroep in tegen deze besluiten en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de weigering van verdere toegang aan eiser onrechtmatig was omdat deze uitsluitend op grond van artikel 13 juncto Pro artikel 5 van Pro de Schengengrenscode had mogen plaatsvinden, niet op basis van artikel 3 Vw Pro. Dit volgt uit een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin werd bevestigd dat de Schengengrenscode van toepassing is op alle onderdanen van derde landen die via een buitengrens van de Schengenruimte een lidstaat wensen binnen te komen, ongeacht de duur van het verblijf, inclusief asielzoekers.
Omdat de toegangsweigering onrechtmatig was, was de ambtenaar belast met grensbewaking niet bevoegd de vrijheidsontnemende maatregel op te leggen. De rechtbank beveelt de opheffing van deze maatregel met ingang van 15 augustus 2012. Tevens wordt een schadevergoeding van € 2.050,- toegekend voor het verblijf in detentie en worden de proceskosten en griffierechten aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt de bijzondere bescherming van asielzoekers bij grenscontroles en bevestigt dat de Nederlandse wetgeving en praktijk in overeenstemming moeten zijn met de Schengengrenscode en het beginsel van non-refoulement.
Uitkomst: De toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel worden onrechtmatig verklaard, de maatregel wordt opgeheven en schadevergoeding toegekend.