ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6253
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging van alimentatieverplichting na afloop twaalfjaarstermijn
Partijen zijn gehuwd geweest van 1971 tot 1999 en bij beschikking van de rechtbank is de echtscheiding uitgesproken met een echtscheidingsconvenant waarin een alimentatietermijn van twaalf jaar is vastgelegd. De vrouw verzocht om verlenging van de alimentatieverplichting voor een periode van vijf jaar vanaf december 2011.
De rechtbank stelt vast dat de alimentatietermijn van twaalf jaar inmiddels is verstreken en dat beëindiging van de alimentatie ingrijpend is voor de vrouw, die stelt dat dit haar enige inkomen is. Desondanks oordeelt de rechtbank dat de vrouw vanaf het moment van het convenant rekening had kunnen houden met de duur van de alimentatiebetaling en onvoldoende heeft onderbouwd dat zij niet had kunnen werken, ondanks haar beroep op gezondheidsproblemen.
De rechtbank overweegt dat de vrouw met de royale alimentatie de mogelijkheid heeft gehad om zich financieel voor te bereiden op het einde van de alimentatieperiode. Dat haar financiële keuzes achteraf minder gunstig uitpakken, komt voor haar eigen rekening. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verlenging af.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de alimentatieverplichting wordt afgewezen omdat de wettelijke termijn is verstreken en de vrouw redelijkerwijs op beëindiging had kunnen anticiperen.