ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6255

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
23 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
422367 FA RK 12-4853
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wet griffierechten burgerlijke zakenArt. 282a lid 2 RvArt. 282a lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot echtscheiding wegens niet-tijdige betaling griffierecht

Verzoekers dienden een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding in bij de rechtbank 's-Gravenhage. Volgens artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken dient het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift te zijn voldaan. In deze zaak werd het griffierecht niet tijdig betaald, aangezien de betaling van het tweede deel pas na een aanmaning plaatsvond, wat na de wettelijke betalingstermijn was.

De griffier stelde de man in de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over het verzuim en om eventueel een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 282a, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De advocaat van verzoekers gaf aan dat het griffierecht volledig was betaald, maar erkende dat dit niet tijdig was gebeurd. Er werd geen beroep gedaan op de hardheidsclausule.

Gezien het ontbreken van een tijdige betaling en het niet doen van een beroep op de hardheidsclausule, verklaarde de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot echtscheiding. Deze beslissing werd genomen om de rechtszekerheid en naleving van de procesregels te waarborgen.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht zonder beroep op de hardheidsclausule.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector familie- en jeugdrecht
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 12-4853
Zaaknummer: 422367
Datum beschikking: 23 augustus 2012
Scheiding
Beschikking op het op 27 juni 2012 ingekomen verzoek van:
[de man],
de man,
wonende te [woonplaats man],
advocaat: mr. P.H.J. Körver te 's-Gravenhage,
en
[de vrouw],
de vrouw,
wonende te [woonplaats vrouw],
advocaat mr. P.H.J. Körver te 's-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van het gemeenschappelijk verzoek, strekkende tot echtscheiding en opname van het convenant in de beschikking.
De griffie heeft de ontvangst van het verzoekschrift bij schrijven 2 juli 2012 bevestigd.
Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken zijn verzoekers griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift en dienen zij ervoor te zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien, in dit geval dus uiterlijk op 25 juli 2012, is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort. Verzoekers hebben het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan.
Bij brief van 2 augustus 2012 heeft de griffier de man in de gelegenheid gesteld zich binnen twee weken na dagtekening van deze brief schriftelijk en gemotiveerd uit te laten met betrekking tot het geconstateerde verzuim en/of alsnog een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 282a, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Bij brief van 10 augustus 2012 heeft de advocaat aangevoerd dat in deze zaak twee nota's zijn ontvangen, die beide zijn betaald door de vrouw, de eerste op 20 juli 2012 en de tweede na ontvangst van een aanmaning.
Beoordeling
Nu verzoeker het verschuldigde griffierecht niet tijdig heeft voldaan, dient de rechter verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 282a, tweede lid, Rv niet-ontvankelijk te verklaren in het verzoek, tenzij toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (artikel 282a, vierde lid, Rv, de hardheidsclausule).
De rechtbank constateert dat geen beroep is gedaan op genoemde hardheidsclausule.
Verzoekers voeren aan dat het griffierecht geheel is voldaan. Zij voeren echter niet aan dat dit tijdig is gedaan. Integendeel, uit de brief van de advocaat blijkt dat de betaling van het tweede deel van het griffierecht pas is betaald na de aanmaning. Nu deze aanmaning pas wordt verstuurd na het verstrijken van de wettelijke betalingstermijn, is deze betaling dus niet tijdig gedaan.
Verzoekers zullen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoek.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven te 's-Gravenhage door mr. I.D. Bellaart, bijgestaan door K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 augustus 2012.