ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6255
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot echtscheiding wegens niet-tijdige betaling griffierecht
Verzoekers dienden een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding in bij de rechtbank 's-Gravenhage. Volgens artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken dient het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift te zijn voldaan. In deze zaak werd het griffierecht niet tijdig betaald, aangezien de betaling van het tweede deel pas na een aanmaning plaatsvond, wat na de wettelijke betalingstermijn was.
De griffier stelde de man in de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over het verzuim en om eventueel een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 282a, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De advocaat van verzoekers gaf aan dat het griffierecht volledig was betaald, maar erkende dat dit niet tijdig was gebeurd. Er werd geen beroep gedaan op de hardheidsclausule.
Gezien het ontbreken van een tijdige betaling en het niet doen van een beroep op de hardheidsclausule, verklaarde de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot echtscheiding. Deze beslissing werd genomen om de rechtszekerheid en naleving van de procesregels te waarborgen.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht zonder beroep op de hardheidsclausule.