ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6361
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verkrijging Nederlandse nationaliteit na erkenning naar Nicaraguaans recht
Verzoekers, als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kind, vroegen de rechtbank vast te stellen dat het kind de Nederlandse nationaliteit bezit sinds de geboorte of erkenning. Het kind is in 2008 geboren en erkend door verzoeker sub 1 volgens Nicaraguaans recht. De erkenning vond plaats terwijl verzoeker sub 1 nog gehuwd was met een andere vrouw, wat volgens het Burgerlijk Wetboek een weigeringsgrond is voor erkenning.
De rechtbank stelde vast dat de erkenning rechtsgeldig was onder Nicaraguaans recht en dat er een nauwe persoonlijke betrekking tussen de vader en het kind bestaat. Echter, de Rijkswet op het Nederlanderschap bepaalde destijds dat erkenning tussen 1 april 2003 en 1 maart 2009 niet automatisch leidde tot verkrijging van de Nederlandse nationaliteit. Het kind had geen optieverklaring afgelegd.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek moet worden afgewezen omdat de erkenning geen nationaliteitsgevolg had en de erkenning nietig was wegens het huwelijk van de vader met een andere vrouw op het moment van erkenning. Wel merkte de rechtbank op dat het kind mogelijk alsnog via een optieverklaring de Nederlandse nationaliteit kan verkrijgen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling dat het kind de Nederlandse nationaliteit bezit wordt afgewezen wegens nietigheid van de erkenning en ontbreken van optieverklaring.