ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6671
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.C. Cremers
- Tj. Gerbranda
- R.G.J. Welbergen
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling in detentie, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn bewaring en vorderde tevens schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of het voortduren van de bewaring sinds het laatste onderzoek rechtmatig was.
De rechtbank constateerde dat de Chinese autoriteiten sinds enige tijd niet langer instemmen met verwijderingen via een EU-staat en dat overleg over verwijderingen niet plaatsvindt. Er was geen concreet aanknopingspunt dat op korte termijn uitzetting mogelijk zou zijn met gebruikmaking van een laissez passer of EU-staat. Ook het vooruitzicht op verwijdering met een geldig paspoort werd als onvoldoende beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beval de opheffing van de bewaring met ingang van de uitspraakdatum. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het voortduren van de bewaring tot dat moment niet onrechtmatig was. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens ontbreken van redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China.