ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7181
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen DNA-profielbepaling en verwerking op grond van Wet DNA-onderzoek
Veroordeelde diende bezwaar in tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hij stelde onder meer dat zijn aanhoudingsbevel niet was uitgereikt en dat de afname en verwerking van DNA in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro vanwege het ontbreken van voorafgaande rechterlijke toetsing.
De rechtbank overwoog dat veroordeelde zich vrijwillig meldde en dat er geen aanwijzingen waren voor aanhouding. De Wet DNA-onderzoek voorziet in een duidelijke wettelijke basis met waarborgen, waaronder rechterlijke toetsing voorafgaand aan de bepaling en verwerking van DNA. De kortgedingrechter fungeert als restrechter voor toetsing van de afname zelf, wat voldoende waarborgen biedt.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft eerder geoordeeld dat de Wet DNA-onderzoek niet in strijd is met het EVRM. De rechtbank concludeerde dat de wet een gerechtvaardigd doel nastreeft en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Ook is geen beperking van politieke rechten vastgesteld.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de uitzondering in artikel 2, eerste lid, onder b, van de Wet DNA-onderzoek niet van toepassing is in dit geval, gezien de aard van het misdrijf en eerdere veroordelingen. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.