ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7247
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling bij echtscheidingsverzoek zonder medeondertekening echtgenote
Een man, gehuwd in gemeenschap van goederen en met een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank, diende alleen een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) in. De rechtbank oordeelde dat de gemeenschap van goederen pas eindigt op het moment van daadwerkelijke ontbinding van het huwelijk door echtscheiding, niet bij het indienen van het verzoek tot echtscheiding.
De rechtbank benadrukte dat de wetgever met de wijziging van artikel 1:99 BW Pro beoogde de ontbinding van de gemeenschap van goederen te vervroegen naar het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek, maar dat de ontbinding pas effectief is bij de uitspraak en inschrijving van de echtscheiding. Hierdoor is de toestemming van de echtgenote en haar schuldenlijst nog vereist bij het WSNP-verzoek.
Verder stelde de rechtbank vast dat de schuldenlijst van de echtgenote ontbrak, waardoor niet kon worden vastgesteld of alle schulden bekend waren. Dit maakte het onmogelijk om de goede trouw van de verzoeker te toetsen, een vereiste voor toewijzing van het WSNP-verzoek.
Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank volgde hiermee de stelling van de verzoeker niet dat de gemeenschap van goederen al was ontbonden bij het indienen van het echtscheidingsverzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de echtgenote niet had meegetekend en haar schuldenlijst ontbrak.