ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7549
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens intrekking voorwaardelijke invrijheidstelling vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar wegens deelname aan zeeroof en zou op grond van de oude regeling op 2 mei 2012 voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. Door een wetswijziging per 1 april 2012 is de voorwaardelijke invrijheidstelling voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland uitgesloten. Eiser werd hierdoor niet in vrijheid gesteld en maakt bezwaar tegen deze toepassing van de nieuwe regeling, stellende dat dit in strijd is met het legaliteitsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank overweegt dat de wetswijziging ziet op de tenuitvoerlegging van de straf en niet op de strafoplegging zelf, waardoor artikel 7 EVRM Pro en het legaliteitsbeginsel niet worden geschonden. De verwijzing naar een eerdere uitspraak over een andere wetswijziging is niet van toepassing. Ook het beroep op de Europese Terugkeerrichtlijn faalt, omdat de Staat zich kan beroepen op uitzonderingen bij risico op onderduiken of gevaar voor de openbare orde.
Het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat het Openbaar Ministerie verplicht is onherroepelijke vonnissen ten uitvoer te leggen, tenzij wettelijk anders bepaald of bij een EHRM-uitspraak die een eerlijke behandeling in de weg staat. De beslissing van de advocaat-generaal op 4 april 2012 wijzigt niets aan de wettelijke grondslag van de voortzetting van de detentie. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de detentie wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.